Campania

 

Regio in Zuid-Italië, met Napels als hoofdstad. De naam van de regio is rechtstreeks van het Latijn afgeleid, de Romeinen noemden de regio namelijk Campania felix, wat gelukkig land(schap) betekent.

 

Het is een betoverend landschap met een cultureel verleden met zowel Griekse als Romeinse tempels die ook veel toeristen lokt. De vulcanen zijn dan ook heel interessant om te ontdekken, nl. De Vesuvius en de Solfatara.


Campania heeft als wijngebied drie DOCG's - Taurasi (rood) , Greco di Tufo (wit) en Fiano di Avellino (wit) - een aantal DOC's en ook een IGT.

 

In het gebied worden slechts een beperkt aantal druiven aangeplant. Dit zijn authentieke druiven. De belangrijkste witte druiven zijn greco, falanghina, biancolella. De belangrijkste rode druiven zijn aglianico en piedirosso.

Kleur

DO

Herkomstbenaming

Druif

Cantina

Prijs €

wit

DOCG

Greco di Tufo

Greco

Le Masciare

14,95

De druiven groeien in een wijngaard bij het plaatsje Chianchetelle, op de top van een heuvel. Met zo’n 620 meter hoogte is dit de hoogste wijngaard van Le Masciare. Deze hoge, open ligging zorgt ervoor dat de druiven de hele dag zon hebben en ’s nachts profiteren van koelte. Bovendien hebben de druiven geen last van vocht door mist, die in de lager gelegen wijngaarden vaak de kop op steekt. Door de relatief koele ligging is groene oogst onvermijdelijk, om ervoor te zorgen dat de resterende druiven volledig kunnen rijpen. De bodem bestaat hier uit vulkanische tufsteen (hier dankt de druif zijn naam aan).

Na de oogst volgt een koude inweking van ca. 12 uur, voordat de druiven zacht worden geperst. De vergisting verloopt langzaam en onder gecontroleerde temperaturen in roestvrijstalen tanks.

Een plezierige wijn met in de neus veel fruitaroma’s zoals dat van peer, perzik, kiwi en citrus. Fris en sappig van smaak met een mooie lichte mineraliteit, sappige zuren en een subtiel amandelbittertje. Een complete wijn die volledig in balans is.

 

 

Falanghina (wit) is een zeer oude druivensoort met als herkomstgebied Campi Flegrei, ten noordoosten van Napels. Vandaag de dag wordt dit ras nog steeds in dit gebied verbouwd op zijn oorspronkelijke wortelstok en niet op een Amerikaanse. Deze druif stond in de Romeinse tijd waarschijnlijk al aan de basis van een witte wijn. De druiven hebben een zeer vol aroma en een lange rijping nodig. Deze soort wordt op een hoogte van 300 tot 400 meter verbouwd op een vulkanische grond en worden met de hand geoogst. De wijnen van de Falanghina zijn droog, helder strogeel, met aroma's en smaken van groene appel, citrus, banaan, ananas en bloemen. De wijn heeft een volle body en is complex.

 

Greco (wit) betekent "Griek" en komt waarschijnlijk ook uit Griekenland de druif is tijdens het eerste millennium voor Christus vanuit Griekenland naar Italië gehaald. Vanuit Napels werd de druif naar het binnenland verspreid totdat ze arriveerde op de plek die nu als thuisbasis wordt beschouwd. De provincie Avelino in de omgeving van het dorp Tufo (Greco di Tufo). De druif gedijt goed op een tufstenen en vulkanische bodem die rijk is aan zwavel. Een microklimaat is het beste voor deze druif, hierdoor kan er een kruidige wijn met een goede body ontstaan.

 

Aglianico (rood) is een Italiaanse druivensoort, maar komt oorspronkelijk uit Griekenland. De soort is vanuit Griekenland naar Italië gebracht en door de jaren heen verdwenen in Griekenland. In Italië is de soort voornamelijk te vinden in Campanië, Basilicata en Puglia. Wijnen van deze druivensoort, die laat rijpt, zijn vaak van zeer goede kwaliteit. Onder andere de Aglianico del Vulture en Taurasi worden van de Aglianico gemaakt. De wijnen hebben een goed bewaarpotentieel, stevige tannines en zijn elegant met de smaak zwart fruit. De druivensoort is naast Italië ook aangeplant in Australië en Californië. Vanwege het droge en zonnige klimaat doet de Aglianico het hier goed.